Home » Stories » Daisy in Canada – deel 1

Daisy in Canada – deel 1

Bij Canada versus Nederland denk je niet direct aan grote culturele verschillen, toch? 

Eerder aan bondgenoten tijdens de tweede wereldoorlog. 

Of de premiers die aan het roer staan, waar je een mening over kunt hebben.

Wiet roken—dat is in beide landen legaal.

Misschien komt het Trucker Convoy naar boven.

Of gewoon de klompen en tulpen uit Nederland. En de bizar mooie rockies in Canada.

Er zijn niet veel “grote” cultuurverschillen want ze hebben veel gemeen. Het zijn beide westerse landen. Toch zijn er wel degelijk verschillen. 

En die zal Daisy je vertellen. Met haar verhaal als 17-jarige Nederlandse in Canada.

— — —

Welcome to Pearson Airport, Canada. The local time is 3.30 PM. Welcome home or a safe continuation of your travel.’ De woorden klonken luid door het vliegtuig.

Ik drukte mijn gezicht tegen het raampje en keek naar buiten. 

Het was 10 april. 

In Nederland was het al avond. 

Hier in Canada scheen de zon. 

In Nederland was het pisweer, zoals ik altijd zei; regen en 13 graden. Typisch voor een Nederlandse lente. 

In Canada begeleiden dik ingepakte mensen de slurf naar het vliegtuig. Dat toont wel aan dat de temperatuur in Toronto een stuk lager is. Ook de wegsmeltende sneeuw op de vliegbasis loog er niet om. 

Ik voelde een hand op mijn arm. ‘Nu gaat het echt beginnen. Heb je er een beetje zin in?’ vroeg mijn moeder. Ze fronste opgewekt—een poging om wat enthousiasme te stimuleren.

Ik staarde mijn moeder aan. Was dat serieus een vraag? Mam zei verder niks meer—blijkbaar wel.

‘Nee. Natuurlijk niet,’ snauwde ik en keek direct weer uit het raampje.

Welke ouder trekt haar dochter weg uit haar vertrouwde omgeving om te emigreren naar Canada? Stomme egoïst! 

Terwijl de mensen om me heen direct opstonden toen het stoelriemen-vast-lampje uitging en gretig naar hun koffers grepen, zonk ik verder weg in mijn stoel. Canada klinkt leuk als vakantieland, niet als woonplaats!

Een geïrriteerde grom vulde de wachtruimte van de immigratie loketten. Met een strenge blik keken mijn ouders mij aan.

‘Wat?’ verdedigde ik mezelf. ‘Het duurt toch schijt lang?’

‘We moeten even geduld hebben,’ antwoordde pa.

‘Hoeveel geduld moet een mens hebben volgens de Canadezen?’ Ik liet mijn hoofd in mijn nek vallen en slaakte nog een dramatische zucht.

‘Nou moet je kappen, Daisy. Je bent 17 jaar, gedraag je ernaar,’ sprak mam me bits toe. Er had blijkbaar nog iemand haar geduld verloren.

‘Had me dan in Nederland gelaten! Ik had prima mijn eigen boontjes kunnen doppen.’

‘Volgens mij hebben we dit onderwerp afgesloten,’ zei pap met een rustige stem, precies zoals psychologen praten.

Ik greep de winterjas die ik in mijn armen had stevig vast. ‘Jullie misschien. Ik niet.’

‘Daisy! Je…’ begon mam maar papa suste haar. Hij schudde zijn hoofd naar zijn vrouw.

Ik perste mijn lippen op elkaar. Ik had zo’n zin om hier de boel eens flink op stelten te zetten. Alles was zo stom! Het belachelijke bordje met “no phone”. De raamloze ruimte. De muffe lucht. De idiote wachtrij, zoals je alleen vindt in pretparken. Als makke schaapjes zigzagde iedereen op tergend langzaam tempo om de paaltjes. Ik liet mijn ogen over de immigratiebeambten glijden: een gezette man met baard, een donkere vrouw met gave vlechtjes—dat moest ik haar nageven, een getinte vrouw, een blanke meid die duidelijk uitgeschoten was met haar eyeliner…

‘Next!’ riep de officier achter het meest rechtse loket. Hij zag eruit alsof hij ieder moment van saaiheid in slaap kon vallen. Braaf verplaatste de familie voor ons, vermoedelijk uit India, zich met alle papieren naar de balie. 

‘Next!’ werd er weer geroepen. ‘Oh, dat zijn wij!’ riep mijn moeder verheugd. Ze pakte haar rolkoffertje en drentelde naar de donkere vrouw met gave vlechtjes. 

Net iets te enthousiast zei ze: ‘Good afternoon! How are you?’ 

Ik rolde mijn ogen. 

De beamte reageerde, ‘Can I see your papers, please?’

‘Of course.’ Mijn moeder legde alles voor zich neer op de balie. ‘We have a work permit. He’s going to work at Ryerson University and I’m employed at Deloitte.”

De beambte pakte alle papier en bladerde er doorheen. ‘Can I have your passports?’

De minuten tikte weg. Je zou denken dat als je na twee uur wachten eindelijk aan de beurt bent, de immigratie zo gepiept is. Maar na dit loket was het nog niet klaar! We moesten door naar de volgende ruimte waar we vervolgens wéér konden wachten. Nu voor een SIN-nummer. Dat is hetzelfde als je Burger Service Nummer. ‘Heel erg geheim!’ aldus de beambte hier. ‘Je mag je SIN echt nóóit aan iemand vertellen.’

‘Or what?’ floepte ik eruit.

De beamte keek me aan alsof ik hem zojuist had beledigd. ‘You could become a victim of identity theft.’

Mijn moeder mengde zich snel in onze uitwisseling, ‘Well, thank you. Have a nice day, sir.’ Ze sloeg haar arm om me heen en duwde me uit de ruimte.

‘Zijn we nu eindelijk klaar?’ vroeg ik geïrriteerd.

‘Ja, Daisy. We zijn klaar.’ 

Wordt vervolgd.

Leave a Reply

Your email address will not be published.